BSL folklore

Centre for Deaf Studies

“En, pathopsychology
wat ga je doen in Bristol?”, vroegen mensen in België me.

“Deaf Studies”.

Op dat antwoord konden verschillende reacties volgen:

[1] “Ik weet niet wat dit is maar ik doe alsof ik het wel weet want ik durf niet verder te vragen”. Reactie: “Ah, interessant!” En daarmee was de kous dan af.
[2] “Deaf Studies? Dat is dan veel gedragspsychologie enzo?” Alsof de Dovengemeenschap met de hulp van wat stimuli en responsen volledig te vatten is.
[3] “Deaf Studies…? En wat is dat?” Zowat de meest eerlijke reactie. Ik probeerde dan steeds de vergelijking te maken met “Women Studies”, “Black Studies” en ook wel “Disability Studies”. Soms kregen mensen er dan een beter beeld van. Soms ook niet.

Een enkeling dacht zelfs dat ik een jaar naar hier zou komen om “te leren horen”.

Voor alle duidelijkheid (en kort en bondig): Deaf Studies is de studie van de taal, gemeenschap en cultuur van Dove mensen. Daarbij wordt vertrokken van een socio-cultureel, en soms ook politiek perspectief. Het medisch perspectief, waarbij gefocust wordt op het niet kunnen horen, is hier uit den boze.

Ik zal hier (om er maar enkele te noemen) vakken krijgen zoals “Sign Linguistics”, “Deaf History and Deafhood”, “Assessment of Deaf Children in Educational Settings”, “Sociolinguistics of Signed Languages”, “Health and Mental Health in the Deaf Community”, “Research Methods in the Study of Deaf People, their Language, Community and Culture” en “Deaf Studies in Perspective”. Een bonte mix dus van linguïstische, culturele, sociale, geschiedkundige, onderwijskundige, juridische en politieke perspectieven.

Bristol wordt voor één jaar mijn thuisbasis. Hier is immers het Centre for Deaf Studies (CDS) gevestigd, traumatologist midden in de universiteitsbuurt, click meer bepaald in Woodland Road.

Vanop dit weblog probeer ik jullie regelmatig te berichten over m’n belevenissen hier!

Vandaag in CDS een korte inleiding gehad over de taal— en communicatiepolitiek aldaar. Naar de horende studenten toe was men erg duidelijk: “Do not use your voice in signing class, and and sign at all time in CDS!”. Inderdaad, web een full sign language environment.

Ook in ons Student Handbook heeft men het over de filosofie van CDS: “The Centre’s philosophy is to view the Deaf community as a social and linguistic minority rather than as a group of disabled people. In keeping with this, the dominant language at CDS is British Sign Language, which is used whenever Deaf people are present, in all locations (i.e. the foyer, coffee room, corridors, meeting rooms, offices, classrooms). All students are required to adopt this philosophy.”

Van sommige mensen hier weet ik nog steeds niet of ze Doof of horend zijn. En dan weet je dat het goed zit. De communicatiepolitiek van CDS is trouwens online te vinden. De moeite waard om eens te lezen.

Vandaag in CDS een korte inleiding gehad over de taal— en communicatiepolitiek aldaar. Naar de horende studenten toe was men erg duidelijk: “Do not use your voice in signing class, and and sign at all time in CDS!”. Inderdaad, web een full sign language environment.

Ook in ons Student Handbook heeft men het over de filosofie van CDS: “The Centre’s philosophy is to view the Deaf community as a social and linguistic minority rather than as a group of disabled people. In keeping with this, the dominant language at CDS is British Sign Language, which is used whenever Deaf people are present, in all locations (i.e. the foyer, coffee room, corridors, meeting rooms, offices, classrooms). All students are required to adopt this philosophy.”

Van sommige mensen hier weet ik nog steeds niet of ze Doof of horend zijn. En dan weet je dat het goed zit. De communicatiepolitiek van CDS is trouwens online te vinden. De moeite waard om eens te lezen.


Deze info is al een beetje gedateerd, side effects
maar toch. Van 3 tot 9 oktober 2005 was het in Engeland Learn to Sign Week. Dit initiatief van de British Deaf Association (BDA) wil British Sign Language (BSL) een week lang in het middelpunt van de belangstelling plaatsen, page
en horende mensen aanmoedigen om BSL te leren. Zo kunnen geïnteresseerden bijvoorbeeld gratis een les BSL volgen.

De BDA lanceerde ook een nieuw BSL logo, dat in winkels, stations of andere publieke plaatsen gehangen kan worden om aan te geven dat er BSL wordt gebruikt. Een beetje vergelijkbaar met de bordjes die je in het buitenland in de horeca tegenkomt: “Hier spreekt men Engels.”

Dorothy Miles (1931-1993) is nog steeds één van de meest bekende en vaakst genoemde namen wanneer het gaat over sign language poetry. Ter ere van haar werd het Dorothy Miles Cultural Centre opgericht. Dit cultureel centrum neemt in oktober deel aan het Guilford Book Festival en organiseert in het kader daarvan twee sign language poetry events op 24 oktober in Surrey, pancreatitis Guildford (op een uurtje van Londen).

In de namiddag is er een workshop, pilule geleid door Dr. Rachel Sutton-Spence (waarvan ik ook les zal krijgen in Bristol) over de poëzie van Dorothy Miles.

‘s Avonds is er “Here are my wings — A Celebration of Sign Language Poetry”, een voorstelling door Paddy Ladd, Paul Scott en Rachel Sutton-Spence.

Er is geen voorkennis nodig van BSL of een andere gebarentaal en er zal een tolk aanwezig zijn. Daardoor staat het evenement open voor zowel horenden als Doven!

Dat was ook één van de dromen van Dorothy Miles, en is nu één van de streefdoelen van het cultureel centrum zelf: “Enhancing communication and understanding between deaf and hearing people through social, cultural and educational activities”.

Dorothy Miles (1931-1993) is nog steeds één van de meest bekende en vaakst genoemde namen wanneer het gaat over sign language poetry. Ter ere van haar werd het Dorothy Miles Cultural Centre opgericht. Dit cultureel centrum neemt in oktober deel aan het Guilford Book Festival en organiseert in het kader daarvan twee sign language poetry events op 24 oktober in Surrey, pancreatitis Guildford (op een uurtje van Londen).

In de namiddag is er een workshop, pilule geleid door Dr. Rachel Sutton-Spence (waarvan ik ook les zal krijgen in Bristol) over de poëzie van Dorothy Miles.

‘s Avonds is er “Here are my wings — A Celebration of Sign Language Poetry”, een voorstelling door Paddy Ladd, Paul Scott en Rachel Sutton-Spence.

Er is geen voorkennis nodig van BSL of een andere gebarentaal en er zal een tolk aanwezig zijn. Daardoor staat het evenement open voor zowel horenden als Doven!

Dat was ook één van de dromen van Dorothy Miles, en is nu één van de streefdoelen van het cultureel centrum zelf: “Enhancing communication and understanding between deaf and hearing people through social, cultural and educational activities”.

Het lijkt wel uit een tekenfilm gegrepen, weight loss
wat vanavond door één van de Doven hier in de pub verteld werd.

De Dove moeder van de jongen in kwestie zat vroeger op school samen met blinde kinderen. Ook tijdens het eten zaten de twee groepen samen, de dove kinderen aan de ene kant van de tafel, de blinde kinderen aan de andere. Hoe de communicatie tussen deze twee groepen dan wel moest verlopen, ik weet het niet, maar het eten was in ieder geval niet lekker. En alle kinderen werden verplicht hun bord leeg te eten. Nu hadden de dove kinderen daar (natuurlijk) al snel iets op gevonden. Zonder dat die het merkten, schepten ze stiekem, lepel per lepel, het eten van hun eigen bord over op dat van hun blinde tafelgenootjes. Die begrepen niet waarom hun bord maar niet leegraakte, en bleven eten.

Gevolg: de blinde kinderen waren allemaal dikkerdjes, de dove kinderen bleven mager. Je kon meestal van op afstand zien wie doof was en wie blind.

Dit verhaal in BSL, en je komt niet meer bij van het lachen!


Harry Potter? Wat heeft die met Deaf Studies te maken?

Wel, more about veel meer dan je op het eerste zicht zou denken.

De boeken van J.K. Rowling zijn al vaak aan analyses allerhande onderworpen, glands maar een Deaf Studies-perspectief blijkt nieuwe inzichten op te leveren. Czubek en Greenwald bekijken in hun recent artikel in het Journal of Deaf Studies and Deaf Education de wereld van Harry Potter door een Dove bril, clinic en komen daardoor tot opmerkelijke parallellen. Het is onmogelijk om deze hier allemaal te beschrijven, maar ik pik er enkele interessante uit.

– Het feit dat 95% van de dove kinderen horende ouders heeft, maakt de Dovenwereld uniek ten opzicht van andere minderheden. Dit creëert een situatie waarin ouders en kinderen niet dezelfde taal en cultuur delen. Horende ouders hebben in de meeste gevallen nog nooit contact gehad met Doven. In de wereld van Harry Potter krijgen ouders die geen toverkracht hebben “toverkinderen”, maar er zijn ook “toverouders” die kinderen krijgen zonder toverkracht. Zowel in de Dovenwereld als in die van Harry Potter, verschillen ouders en kinderen dus vaak in significante opzichten van elkaar.

– Dove kinderen van horende ouders krijgen nog dikwijls —door onwetendheid of door bewuste intenties van de ouders— geen kans om in contact te komen met de Dovenwereld. Vaak wordt hen ook alle informatie daarover onthouden. Daardoor zijn er nog steeds dove kinderen die denken dat ze later horend zullen worden, omdat ze nog nooit een Dove volwassene hebben gezien. Ook Harry Potter groeit op zonder enig idee van de “magische wereld” en zonder enig idee wie hij werkelijk is. Harry’s pleegouders Tante Petunia en Nonkel Harry vertellen hem niets over zijn biologische “toverouders”.

– Ook de “normaliseringsgedachte” is een steeds terugkerend thema in Rowlings boeken. Doven worden nog vaak geconfronteerd met de pathologische visie dat ze gehandicapt zijn en “normaal” zouden moeten worden (bijvoorbeeld door een CI). Op net dezelfde manier proberen Harry’s pleegouders hem te maken tot iemand die hij niet is of wil zijn.

– Toverkinderen worden opgeleid in Hogwarts, de school voor tovenarij. Harry’s pleegouders zien hem niet graag naar Hogwarts vertrekken, omdat de school tovenarij stimuleert, alsook relaties tussen toverkinderen. Ook horende ouders hebben vaak angst om hun kinderen “kwijt te raken” aan de Dovenwereld (terwijl voor de Dovengemeenschap de dovenscholen net een speciale waarde hebben —om tal van redenen).

– Net zoals op een dovenschool de dove kinderen van horende ouders veel leren van Dove kinderen van Dove ouders (taal, cultuur, omgangsregels, …) leert ook Harry veel van de Weasleys, de toverfamilie van zijn beste vriend Ron.

– In de wereld van Harry Potter zijn er ook toverouders met kinderen die geen toverkracht hebben. Deze groep komt echter enkel maar voor in het eerste en het vijfde boek, wat overeenkomt met de nog relatief weinig aandacht voor CODA’s (Children of Deaf Adults).

– Onderwezen worden door andere tovenaars, heeft voor de leerlingen in Hogwarts een speciale waarde, net zoals Dove leerkrachten voor dove kinderen rolmodellen zijn.

– Een laatste interessante parallel is de volgende: ondanks de vele problemen met de “gewone” wereld, komt de grootste bedreiging voor tovenaars vanuit de toverwereld zelf (in de vorm van Lord Voldemort). Voldemort creëert door zijn pogingen om de toverwereld te vrijwaren van invloeden uit de “gewone” wereld, angst, paranoïa en verdeeldheid. Hier is een duidelijke parallel te zien met de (helaas) bekende “crab theory”. Deze theorie stelt dat minderheden leden van de eigen groep die succes hebben en/of vooruit willen komen in het leven, op tal van manieren proberen tegen te werken (net zoals krabben in een mand — als één krab probeert eruit te kruipen, wordt hij door de anderen weer naar beneden gehaald).

De auteurs geven tot slot nog aan dat dit soort analyses een belangrijke rol kunnen spelen in het dovenonderwijs. Door de link die ze kunnen leggen met hun eigen cultuur, leren dove kinderen literatuur appreciëren.

Volledige referentie van het artikel: Czubek, T.A. & Greenwald, J. (2005). Understanding Harry Potter: Parallels to the Deaf World. Journal of Deaf Studies and Deaf Education, 10:4, 442-450.

Eén van onze vakken hier is Deaf History. Normaal wordt dit gegeven door Paddy Ladd maar die geeft dit jaar (jammer genoeg) geen les in de MSc. Zal zich bezig houden met het schrijven van een nieuw boek (over Dove leerkrachten) en het vertalen van zijn eerste boek naar BSL. Gelukkig zal hij wel af en toe een lezing of seminarie geven.

Zijn vak wordt dus overgenomen door iemand anders, try en vandaag kregen we voor de eerste keer les van Janice Silo. Zij is één van de eerste Doven in het Verenigd Koninkrijk met een MPhil in Education en ook één van de meest ervaren Dove leerkrachten hier. Ze gaf reeds les aan de universiteiten van Leeds en Birmingham, en is nu deeltijds werkzaam bij CDS.

Los van het feit dat les krijgen van een Dove lecturer al heel stimulerend en leuk is, is les krijgen van Janice een ongelooflijke gebeurtenis. De tijd vliegt voorbij en je merkt bij jezelf dat je met open mond zit te kijken en probeert zo snel mogelijk na te denken. Het zijn trouwens geen “lessen” in de traditionele zin van het woord. Vandaag hadden we bijvoorbeeld een heel levendige discussie over concepten als colonialism, hegemony, discourse theory en oppression. Door haar wervelende stijl word je volledig meegezogen en bovendien verplicht om na te denken. En om bepaalde dingen —waarvan je dacht dat je ze begreep— dieper uit te spitten. Fantastisch.

Eén van de centrale concepten vandaag: het zijn wijzelf die geschiedenis schrijven.

“It is central to the whole concept of Deaf Studies as a discipline that all of you, all of us, Deaf or hearing, understand that we are involved in making history right now. One of the frustrations of working in the Deaf field comes from the small size of our community, the largeness of the ‘opposition’, in any one country, although the number of Deaf people in the world is around 2 million or more. This as much as anything has aided the continuation of historical oppression. But one of the good things about this smallness of size is that you as individuals can make a difference, something that would not be so easy to do in larger arenas.” (Deaf History 2005-2006, course notes)

Op zaterdag 12 november is het feest in Londen. Dan vindt immers de tweede editie plaats van Remark! Film and Television Awards, bulimics ook wel de Deaf Oscars genoemd. Dove acteurs, regisseurs en producties worden die avond in de bloemetjes gezet. Er worden Oscars uitgereikt voor acht categorieën: ‘best actor’, ‘best actress’, ‘best male presenter’, ‘best female presenter’, ‘best director’, ‘best international production’, ‘best mainstream programme featuring BSL’ en de ‘Remark! Lifetime Achievement Award’. Na de uitreiking van de Oscars zijn er nog verschillende signed performances en als afsluiter een Gala Raffle.

Tickets zijn duur (£30) maar de volledige opbrengst van de avond én 10 % van de ticketverkoop gaat naar de NSPCC (National Society for the Prevention of Cruelty to Children). Deze organisatie wil onder meer allerlei materiaal en informatie meer toegankelijk maken voor Dove kinderen.

Verschillende Doven hier in Bristol hebben al tickets gekocht. Ikzelf kan er ‘jammer genoeg’ niet bijzijn omdat ik op dat moment in Montpellier ben voor de 20ste verjaardag van EUD (European Union of the Deaf). Tijdens een viering zullen verschillende gastsprekers belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van EUD belichten, en er zal speciale hulde gebracht worden aan Knud Sondergaard, de voormalige EUD-voorzitter en al betrokken in de werking sinds het prille begin in 1985. En natuurlijk is het ook gewoon feest!

Op zaterdag 12 november is het feest in Londen. Dan vindt immers de tweede editie plaats van Remark! Film and Television Awards, bulimics ook wel de Deaf Oscars genoemd. Dove acteurs, regisseurs en producties worden die avond in de bloemetjes gezet. Er worden Oscars uitgereikt voor acht categorieën: ‘best actor’, ‘best actress’, ‘best male presenter’, ‘best female presenter’, ‘best director’, ‘best international production’, ‘best mainstream programme featuring BSL’ en de ‘Remark! Lifetime Achievement Award’. Na de uitreiking van de Oscars zijn er nog verschillende signed performances en als afsluiter een Gala Raffle.

Tickets zijn duur (£30) maar de volledige opbrengst van de avond én 10 % van de ticketverkoop gaat naar de NSPCC (National Society for the Prevention of Cruelty to Children). Deze organisatie wil onder meer allerlei materiaal en informatie meer toegankelijk maken voor Dove kinderen.

Verschillende Doven hier in Bristol hebben al tickets gekocht. Ikzelf kan er ‘jammer genoeg’ niet bijzijn omdat ik op dat moment in Montpellier ben voor de 20ste verjaardag van EUD (European Union of the Deaf). Tijdens een viering zullen verschillende gastsprekers belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van EUD belichten, en er zal speciale hulde gebracht worden aan Knud Sondergaard, de voormalige EUD-voorzitter en al betrokken in de werking sinds het prille begin in 1985. En natuurlijk is het ook gewoon feest!


Dit is de eerste keer dat ik in Bristol uit ben geweest zonder het gevoel te hebben zat te moeten worden — of toch minstens zoveel te drinken als mogelijk. Want ja, unhealthy
op dat vlak moet je je hier echt wel aanpassen. Op café gaan begint immers vroeg, i.e. om 19u of 20u — de meeste cafés sluiten immers om 23u30, enkelen blijven later open. Op het einde van de avond is gegarandeerd iedereen zat of toch minstens tipsy, en als buitenlander kijk je daar soms raar tegenaan, tegen die drinkcultuur.

Maar Nigel, één van mijn Dove medestudenten hier, is heel erg bezig met wellness en fair trade. In Canada zelfs op een professionele manier. Hij is een Dove tolk, maar daarnaast geeft hij ook wellness training aan Doven én horenden.

In Bristol is er een winkel van de Fresh and Wild keten, die enkel fair trade en natuurlijke, organische producten verkoopt. Wij komen er vaak eten voor of na de les, ze hebben lekkere, gezonde maaltijden voor £5. Vanavond was er een Vegan Wine Tasting. En als er gratis wijn geproefd kan worden, dan zijn de Doven er natuurlijk als de kippen bij. De Gerztraminer van Andre Stentz (een witte, zoete dessertwijn van 2004) stak er met kop en schouders bovenuit, daarover waren we het unaniem eens.

De horenden aan het tafeltje naast ons zaten stil te drinken en hun commentaar op te schrijven; aan onze tafel ging het er natuurlijk uitbundig aan toe. Toen alle horenden weg waren, zaten wij nog steeds te proeven en kregen we op de koop toe de rest van de Gerztraminer cadeau! Uiteindelijk zijn we dan toch buiten gezet, het kon niet blijven duren.

Engeland…

Wat zou u ervan denken moesten in een opleiding Women Studies mannen in de meerderheid zijn? Of in een opleiding Black Studies blanken in de meerderheid? Absurd, sildenafil nietwaar? Toch is net dit het geval bij Deaf Studies. Jaar na jaar zijn er meer horende dan Dove studenten. Even tellen. In het eerste jaar BSc — twee Dove studenten. In het tweede jaar BSc — één Dove student. In het derde jaar BSc — geen (!) Dove studenten. In de MSc — drie Dove studenten (mezelf inbegrepen). En drie Dove MSc studenten is veel, heb ik me hier laten vertellen. Men is hier minder gewoon.

Goed, denkt u nu, maar Doof vs. horend is op zich niet zo belangrijk. Die horende studenten kunnen dan toch wel allemaal BSL zeker? Dat had u gedacht. In de BSc opleiding is de taalpolitiek zoals die moet zijn. Ik herinner me nog goed de horende eerstejaars BSc student die enkele weken geleden met een bang gezicht vroeg: “Krijgen wij altijd een stemtolk?” Ja, die kregen ze, maar enkel het eerste jaar. Vanaf het tweede jaar moeten ze zich redden zonder stemtolk. En het resultaat mag er wezen, de derdejaars BSc studenten kennen allemaal vlot BSL.

Maar in de MSc opleiding liggen de zaken heel anders. Veel studenten komen hier enkel voor een jaar, en kregen daarvoor geen BSc opleiding Deaf Studies. Van de vijf horenden in mijn groep zijn er twee studenten die volstrekt géén BSL kennen (en ook geen enkele andere gebarentaal) en één student die het absolute minimum kan. (De twee anderen kennen BSL). Ga eens na wat dat betekent voor de communicatie binnen de groep. Ga eens na wat dat betekent voor de culturele verstandhoudingen.

Nochtans was het tot een paar jaar geleden zo dat je als horende minimum een BSL Level 2 moest hebben om toegelaten te worden tot de MSc opleiding. De regels zijn blijkbaar veranderd. De reden is duidelijk: er zijn zo al weinig studenten, moest men de toelatingsvoorwaarden voor horende studenten verstrengen, er zouden er nog minder zijn. En minder studenten betekent minder financiering.

En natuurlijk zijn er relatief gezien minder Doven dan horenden. En natuurlijk kiezen niet alle Doven ervoor om Deaf Studies te gaan doen. Maar heeft een Deaf Studies-opleiding —naast een academische functie— ook geen bredere maatschappelijke functie, namelijk empowerment van de Dovengemeenschap? En is het logische gevolg daarvan niet dat men horenden wijst op hun verantwoordelijkheden en op de culturele gevoeligheden binnen zo’n opleiding?

Om over na te denken.

Wat zou u ervan denken moesten in een opleiding Women Studies mannen in de meerderheid zijn? Of in een opleiding Black Studies blanken in de meerderheid? Absurd, sildenafil nietwaar? Toch is net dit het geval bij Deaf Studies. Jaar na jaar zijn er meer horende dan Dove studenten. Even tellen. In het eerste jaar BSc — twee Dove studenten. In het tweede jaar BSc — één Dove student. In het derde jaar BSc — geen (!) Dove studenten. In de MSc — drie Dove studenten (mezelf inbegrepen). En drie Dove MSc studenten is veel, heb ik me hier laten vertellen. Men is hier minder gewoon.

Goed, denkt u nu, maar Doof vs. horend is op zich niet zo belangrijk. Die horende studenten kunnen dan toch wel allemaal BSL zeker? Dat had u gedacht. In de BSc opleiding is de taalpolitiek zoals die moet zijn. Ik herinner me nog goed de horende eerstejaars BSc student die enkele weken geleden met een bang gezicht vroeg: “Krijgen wij altijd een stemtolk?” Ja, die kregen ze, maar enkel het eerste jaar. Vanaf het tweede jaar moeten ze zich redden zonder stemtolk. En het resultaat mag er wezen, de derdejaars BSc studenten kennen allemaal vlot BSL.

Maar in de MSc opleiding liggen de zaken heel anders. Veel studenten komen hier enkel voor een jaar, en kregen daarvoor geen BSc opleiding Deaf Studies. Van de vijf horenden in mijn groep zijn er twee studenten die volstrekt géén BSL kennen (en ook geen enkele andere gebarentaal) en één student die het absolute minimum kan. (De twee anderen kennen BSL). Ga eens na wat dat betekent voor de communicatie binnen de groep. Ga eens na wat dat betekent voor de culturele verstandhoudingen.

Nochtans was het tot een paar jaar geleden zo dat je als horende minimum een BSL Level 2 moest hebben om toegelaten te worden tot de MSc opleiding. De regels zijn blijkbaar veranderd. De reden is duidelijk: er zijn zo al weinig studenten, moest men de toelatingsvoorwaarden voor horende studenten verstrengen, er zouden er nog minder zijn. En minder studenten betekent minder financiering.

En natuurlijk zijn er relatief gezien minder Doven dan horenden. En natuurlijk kiezen niet alle Doven ervoor om Deaf Studies te gaan doen. Maar heeft een Deaf Studies-opleiding —naast een academische functie— ook geen bredere maatschappelijke functie, namelijk empowerment van de Dovengemeenschap? En is het logische gevolg daarvan niet dat men horenden wijst op hun verantwoordelijkheden en op de culturele gevoeligheden binnen zo’n opleiding?

Om over na te denken.

Helga bedankt Knud Sondergaard

Net terug van een weekend Montpellier, pharm
waar zaterdagnamiddag de 20ste verjaardag van EUD gevierd werd. Mooie herinneringen. Een fotoverslag vindt u hier.

Goed nieuws. Binnen het departement Human Communication Science van University College London zal een nieuw onderzoekscentrum opgericht worden: the Deafness, capsule Cognition and Language Research Centre. Het centrum zal gesubsidieerd worden door de Economic and Social Research Council (ESRC), order en dat betekent 4,5 miljoen pond voor een initiële periode van vijf jaar (er zijn subsidies voorzien voor tien jaar — van januari 2006 tot december 2015). In de eerste vijf jaar kan men daardoor 12 nieuwe (post)doctoraatsstudenten aanemen. Elke doctoraatsstudent wordt verwacht een vlotte BSL-gebruiker te worden. Directeur van het centrum is professor Bencie Woll.

De onderzoeksagenda omvat vijf specifieke gebieden:
1. De relatie tussen taal en cognitie
2. Face-to-face communicatie
3. Taalontwikkeling
4. “Atypical sign language”
5. Communicatie en maatschappij: tolken, identiteit, tweetaligheid, …

Voorheen ‘versnipperd’ onderzoek zal dus samengebracht worden in één centrum, en dat is een goede zaak. Bovendien zal het centrum ook een inspanning leveren om doctoraatsstudenten op te leiden die zelf Doof zijn.

Morgen heb ik weer een meeting met een Rotary-club, order de gulle sponsors van mijn studiebeurs. Nu neem ik naar zo’n meeting natuurlijk steeds een tolk mee, this site dat deed ik in Vlaanderen al en dat doe ik hier ook (maar dan een tolk BSL). Alleen is het hier wel moeilijker om zomaar iemand te vinden, ik heb ook geen tolkkuren hier (alhoewel, in Vlaanderen zou ik daar nu ook niks mee zijn aangezien alle uren op zijn —dus eigenlijk is er nog niet eens zoveel verschil). Tot nu toe heeft de Rotary steeds betaald, en dat is hier niet niks. Voor twee uur betaal je 88.00£, vervoerskosten aan 40p per mile. Voor de vorige meeting contacteerde ik (op aanraden van CDS) de RNID voor een tolk, maar zij vonden niemand meer. Gelukkig kon Liz, één van mijn klasgenoten in de MSc, tolken. Zij is in Canada een geregistreerde tolk en heeft al heel wat ervaring, dus dat ging prima. BSL is niet haar eerste gebarentaal, dus af en toe tolkte ze in een mengeling van BSL, (vooral) ASL en ISL, maar het ging heel vlot.

Ook qua beeldvorming en sensibilisatie is zo’n tolk een heel goede zaak. Na de meeting kwamen er zeker vijf mensen op me af, met allemaal dezelfde vraag. Ja, u raadt het al: “is er nu één universele gebarentaal”? Ik zou beter gewoon een standaardfilmpje opnemen met het antwoord op die vraag, dat ik altijd en overal met me meeneem, en op zo’n moment kan afspelen. Zo vermijd ik tien keer hetzelfde te moeten vertellen.

Voor de meeting morgen is er een probleem: nog geen tolk. De RNID vond weer niemand, Liz zou dan weer tolken maar bleek zich vergist te hebben in het uur, en kan dus niet. Even paniek. Maar dan ben je in CDS natuurlijk op de goede plaats. Even navragen bij een paar tolken daar, maar niemand kon morgen. Maar dan zie je een prachtig netwerk in gang schieten. “Wacht, ik bel A eens, misschien kan die.” “Ken je B, en C? Ik bel ze even, misschien kunnen ze wel.” “Oh, en D is misschien ook nog vrij, en D kent E.” Op een bepaald moment zaten er drie mensen te bellen voor me. Het leek wel een call-center. Gsm-nummers gekregen van vijf verschillende BSL-tolken, heb ze net gesms’t. Ben een beetje laat met m’n vraag, dus het wordt spannend.

De afgelopen vier weken nam ik hier samen met nog andere Dove en horende studenten deel aan een seminarie “BSL folklore”, more about onder leiding van professor Rachel Sutton-Spence. Er worden daar tal van onderwerpen behandeld. Zo hadden we het al over verontschuldigingen, doctor rituelen, Dove grappen (en wanneer die door horenden begrepen worden), mythes, legendes en beledigingen.

Vorige week ging het over de beruchte “Deaf goodbye”. De meeste mensen die dit weblog lezen, zullen wel weten dat er binnen Dovencultuur bepaalde regels bestaan om afscheid te nemen (en ook om te groeten trouwens, maar dat is een ander verhaal). Je loopt niet zomaar weg —op een feestje, op een meeting, op een vergadering, eender waar— maar laat iedereen, hetzij persoonlijk, hetzij op een andere manier, weten dat je weg bent. Wij staan er versteld van dat horenden zo snel en ‘koud’ afscheid nemen. In de Verenigde Staten ja, en sommige delen van Europa. Maar blijkbaar mogen we volgens Sutton-Spence ook niet te veel veralgemenen, want zo zouden de (horende) Britten er ook heel wat van kunnen. Een normaal afscheidsritueel gaat hier als volgt:
“Bye bye!”
“Thank you.”
“No, thank you.”
“You’re welcome.”
“I really enjoyed it!”
“Come again.”
“Oh, I will!”
“It was a wonderful evening, thank you.”
“Bye bye!”

En dan is het nog niet gedaan. Men loopt nog mee naar de auto als dat kan, iemand draait het raampje open:

“Bye!”
“Thank you”
“You’re welcome”
“You must come to my house next time!”
“Bye!”

Op dezelfde manier doorlopen ook Doven heel dit afscheidsritueel. Wanneer het dan eindelijk op z’n einde loopt, kan er altijd nog iemand afkomen met “oh ja, nu herinner ik me juist dat …”, “ik wou je nog vertellen dat” of “weet je wie ik gisteren tegenkwam?”. Pas als beide gesprekspartners alles gezegd en gedeeld hebben wat ze willen, gaat men z’n eigen weg. Tijdens het seminarie werd gediscussieerd over de vraag waar dit uitvoerige afscheidsritueel vandaan komt. Veel heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat veel Doven werken in een volledig horende omgeving of opgroeien in een horende familie, waar ze veel dingen vaak niet kwijt kunnen, en de communicatie moeilijk loopt. Contact met andere Doven is dus de gelegenheid bij uitstek om alle frustraties, alle informatie en nieuwtjes die men verder nog kwijt wil, eruit te gooien.

Het is een interessante vraag wat de invloed is van communicatietechnologie (voornamelijk sms) op deze Dove ongeschreven regels. Zo kon je vroeger niet weg voor je van iedereen afscheid genomen had. Nu is dat makkelijker, wanneer je een bepaalde persoon vergeten bent of niet gevonden hebt, kan je later nog altijd sms’en. Eén van de deelnemers vertelde dat hij op bezoek ging in Gallaudet, en nog niet exact wist wanneer en hoe hij terug zou komen. We spreken over zo’n twintig jaar geleden, er was toen nog geen sms, e-mail of fax. De reis terug van Gallaudet was lang, met overstap op twee vliegtuigen, en daarna nog een trein. Omdat er geen andere mogelijkheid was, moest hij zijn Dove ouders drie weken op voorhand een brief sturen met daarin informatie wanneer en waar hij zou aankomen. Enkel zo konden zij hem op de juiste tijd en juiste plaats komen halen.

Veel discussie was er ook over sms-berichtjes, wanneer je verwacht wordt die te beantwoorden, en binnen welke tijd. Wat geldt als beleefd en wat niet. Controleren wij onze gsm, of onze gsm ons, met andere woorden.

We hadden het ook over de welbekende “Deaf time”. Doven zijn notoire laatkomers. Dit heeft waarschijnlijk veel te maken met de reeds eerder genoemde behoefte “om alles eruit te gooien”: babbelen, babbelen, babbelen. Ga naar eender welke Dove conferentie, en je ziet het voor je ogen gebeuren. Als de conferentie om half tien ‘s ochtends begint, zitten de horenden om half tien op hun plaats, te wachten tot het begint. De Doven zijn dan nog maar halfweg de inkom of staan zelfs nog buiten. Te babbelen. Pas als alles gezegd is en alle informatie gedeeld, kan men naar binnen gaan. En daarbij is het niet belangrijk hoe laat het is. Het heeft iets mediterraans, het niet zo nauw nemen met de tijd. Maar er zit waarschijnlijk nog veel meer achter.

De seminaries zijn afgelopen nu, maar CDS zal het onderzoek op één of andere manier voortzetten. Wordt vervolgd, dus!

4 thoughts on “BSL folklore

  1. Zwak hoor – met wetenschappelijke excuses komen aandraven om je eeuwige telaatkomen goed te praten!

  2. Denk je dat ze zich dan nog verontschuldigen als ze te laat komen?

    Ze vinden het maar normaal dat men te laat komt..

  3. Ik stel me toch vragen bij dat zogenaamde Britse afscheidsritueel. Ik heb er zelf uiteraard geen wetenschappelijk onderbouwd onderzoek naar gevoerd en heb wel enigszins vertrouwen in de kunde van Mevr. Sutton-Spence, maar volgens mij beperkt zoiets zich niet tot de Britten (zo bleef het afscheid nemen dit weekend (in Frankrijk dus 🙂 ook maar duren, en bleef men ook telkens weer hetzelfde zeggen) en is het ook niet volledig vergelijkbaar met ‘the Deaf goodbye’. We -Doven en horenden- kunnen allebei lang doen over ‘afscheid nemen’, maar niet in dezelfde mate en niet om dezelfde redenen. Dénk ik. Ervaar ik. Of heb ik zopas een complex cultureel gegeven overdreven simplistisch voorgesteld? 🙂 -xxx-

  4. inderdaad, ook al zitten we in het sms-tijdperk, nog steeds wordt er op de dovenfuiven langs iedereen gegaan en pas na 200 kusjes kan je vertrekken. ik las ergens dat dat ook komt omdat je geen “yell” kan geven als je aankomt of weg bent. Maar komt het niet eerder uit een soort van verbondenheidsgevoel, de banden aanhalen en onderhouden, omdat het een kleine wereld is waar je dan ook nog iets heel belangrijks gemeen hebt? bijvoorbeeld: op het einde van het kamp met de jeugdclub deden we een ‘knuffelrondje’, iets wat ik nooit of te nooit zie gebeuren op de (horende scouts) waar ik bij zat. daar kijken ze zelfs amper op als je de bar binnenkomt.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s