Aanpassen of oprotten

 

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, medicine
naar aanleiding van wtmaar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, medicine
naar aanleiding van wtmaar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, visit this site
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

Dove kinderen VGT ontzeggen is hetzelfde als iemand de autosnelweg opsturen zonder pedalen en stuur. We weten allemaal hoe dat afloopt.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, medicine
naar aanleiding van wtmaar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, visit this site
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

Dove kinderen VGT ontzeggen is hetzelfde als iemand de autosnelweg opsturen zonder pedalen en stuur. We weten allemaal hoe dat afloopt.
Gisteren was ik aanwezig op het “GON-symposium” van VLOK-CI in Leuven. Het is goed dat het thema GON-begeleiding op deze manier aandacht kreeg. Het aantal uren GON-begeleiding waarop een kind recht heeft afhankelijk maken van het dB-verlies is een belachelijke regel die terecht aangeklaagd wordt door Fevlado en VLOK-CI. Het is dan ook positief dat er vandaag aandacht aan werd besteed in de pers.

Ik heb echter wel een aantal bedenkingen bij de manier waarop het symposium georganiseerd werd, sale
en de inhoud ervan. Zo was het een gemiste kans dat er geen enkele lezing of getuigenis in VGT was. Ook werd er teveel gefocust op de technische aspecten van GON-begeleiding (uren, recipe
eenheden, diagnosis budgetten) en te weinig op de kwaliteit ervan, en op het feit dat bijvoorbeeld maar een kleine minderheid van de GON-begeleiders VGT kent. (Is die VGT-vaardigheid voor VLOK-CI nog een prioriteit?) Dove kinderen werden bovendien op geen enkel moment “doof” genoemd, maar “kinderen met een auditieve beperking”.

Het is onmogelijk om hier een heel verslag te doen van het symposium, maar ik wil er twee dingen uithalen die mij bijgebleven zijn: de oordopjes, en de lezing van Leo De Raeve.

’s Ochtends bij het binnenkomen kregen we naast een map ook twee oordopjes. Ik vond dat vreemd. “Misschien gaan ze iedereen vragen die de hele dag in te houden om beter te kunnen focussen op de VGT,” dacht ik nog, voor de grap. Mis. Bij aanvang van het symposium werd aan iedereen gevraagd om die oordopjes in te doen. Eén van de mensen van VLOK-CI begon op het podium het congres in te leiden. De tolk VGT mocht niks meer doen. Daar zaten we dan, ook de dove aanwezigen. Ik begrijp de idee, maar als ze denken hiermee de ervaring van een doof kind in het horend onderwijs voor te stellen, dan zitten ze er volgens mij toch ver naast. Bovendien: ik ben zo meer dan tien jaar naar school en unief geweest, en ik voelde me helemaal niet aangesproken. Maar het was nog niet gedaan.

Eén van de hoofdlezingen werd gegeven door Leo De Raeve. Het was mij niet duidelijk of hij sprak namens het KIDS of namens zijn zogezegd onafhankelijk informatiecentrum ONICI. De Raeve heeft immers in het verleden al bewezen niet altijd de meest objectieve conclusies te trekken, dus ik volg zijn lezingen met een kritisch oog. Dat is niet altijd makkelijk, omdat hij zijn publiek vaak overweldigt met cijfers en verwijzingen naar onderzoeken allerhande waar het CI meestal voordelig uitkomt. Als je geen enkele wetenschappelijke achtergrond hebt, dan neem je alles wat hij zegt makkelijk voor waar aan. Maar zijn discours vertoont vaak gaten, onvolledigheden en subjectieve conclusies. Een kleine selectie:

De Raeve verwees naar uitspraken van enkele “vooraanstaande dovenpedagogen” zoals Meyer & Leigh (2010):

For the first time in deaf education history, spoken language has become accessible as the first language for many, arguably the vast majority of profoundly deaf children.

Ik vraag mij af wat het dovenonderwijs dan al de voorgaande jaren, zelfs decennia, gedaan heeft. “Yeah, gesproken taal wordt eindelijk toegankelijk als de eerste taal van dove kinderen, nu kunnen we beginnen met ons werk!” De ganse periode sinds 1880 was voorbereiding ofzo? Generaties dove mensen zonder onderwijs die naam waardig? (Wie gelooft die mensen nog?)

De Raeve verwees verder naar de Nederlandse pedagoog Knoors, die vaststelt (verwijzend naar Marschark) dat er op dit moment onvoldoende bewijs is om daadwerkelijk uitspraken te doen over de effecten van bilinguaal onderwijs. “We hebben geen bewijs dat het werkt”, met andere woorden. Voorstel van De Raeve: dat we dan maar eens moeten gaan nadenken of er geen manier is om dove kinderen VGT als tweede of derde taal aan te bieden, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag naar de dovenschool gaan om wat VGT te leren. Als dat voorstel er zou komen, dan zou dat het enige moment zijn waarop dove kinderen nog in contact komen met VGT. Want volgens De Raeve hebben horende ouders geen tijd om VGT te leren. Dat diezelfde ouders helemaal geen kansen krijgen om VGT te leren, dat laat hij compleet buiten beschouwing. Ouders hebben in Vlaanderen immers geen recht op verlof om VGT te leren (zoals in sommige Scandinavische landen), er zijn hier geen cursussen VGT op maat van ouders en veel ouders zijn door de medische wereld sowieso al gebrainwasht en ongeïnformeerd over VGT.

Met betrekking tot GON-begeleiding zei hij dat we eigenlijk weinig weten over “onze dove populatie” dove en slechthorende kinderen in het gewoon onderwijs. Hij verwees naar het onderzoek van Smessaert over het zeer lage welbevinden van dove leerlingen in het horend onderwijs. “Dit geldt inderdaad”, zo zei hij, “voor de 12 dove jongeren die werden bevraagd: 1 CI, 7 hoorapparaten, 4 geen apparaten; 4 kinderen van dove ouders en allen geïntegreerd na de lagere school”. Wat hij eigenlijk bedoelde: tja er heeft er maar eentje een CI en er komen er dan nog 4 van dove ouders en ze zijn niet vroeg geïntegreerd dus ja, geen verrassing dat die zich slecht voelen op een horende school. “We kunnen geen uitspraken doen over hoe het met AL onze kinderen is”, volgens hem, en voor de volledigheid vermeldde hij nog even dat, na verspreiding van het onderzoek van Smessaert, verschillende ouders van dove kinderen naar hem mailden: “onze kinderen voelen zich wél goed op school!” Die mails vormen dan plots wel een representatief staal van de dove leerlingen? Het is waar dat het onderzoek van Smessaert geen uitspraken doet over alle dove leerlingen. Maar al wel zeker over die 12, en het zou onethisch zijn niets te doen en te wachten in de hoop dat CI het beter doet of tot gesproken taal toegankelijk wordt, zoals het dovenonderwijs gedaan heeft.

Tijdens de pauze was ik getuige van een horende moeder van een doof kind die toestapte op de raadgever van de minister van Onderwijs. Ze vertelde dat haar dochter in de lagere school depressief was geweest omdat ze niet doof mocht zijn, omdat ze elke schooldag moest proberen zich zoveel mogelijk aan te passen naar horende normen, en daardoor crashte. “Dan mag je daar al de tolken en GON-begeleiders opzetten die je wilt, dat zal niks helpen”, zei ze. En dat is zo.Tolken en GON-begeleiders zijn op een bepaalde manier ook bliksemafleiders voor het echte probleem: dat er in Vlaanderen geen enkele onderwijsvorm is (binnen het gewoon onderwijs) waar dove kinderen doof mogen zijn.

 

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, medicine
naar aanleiding van wtmaar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, visit this site
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

Dove kinderen VGT ontzeggen is hetzelfde als iemand de autosnelweg opsturen zonder pedalen en stuur. We weten allemaal hoe dat afloopt.
Gisteren was ik aanwezig op het “GON-symposium” van VLOK-CI in Leuven. Het is goed dat het thema GON-begeleiding op deze manier aandacht kreeg. Het aantal uren GON-begeleiding waarop een kind recht heeft afhankelijk maken van het dB-verlies is een belachelijke regel die terecht aangeklaagd wordt door Fevlado en VLOK-CI. Het is dan ook positief dat er vandaag aandacht aan werd besteed in de pers.

Ik heb echter wel een aantal bedenkingen bij de manier waarop het symposium georganiseerd werd, sale
en de inhoud ervan. Zo was het een gemiste kans dat er geen enkele lezing of getuigenis in VGT was. Ook werd er teveel gefocust op de technische aspecten van GON-begeleiding (uren, recipe
eenheden, diagnosis budgetten) en te weinig op de kwaliteit ervan, en op het feit dat bijvoorbeeld maar een kleine minderheid van de GON-begeleiders VGT kent. (Is die VGT-vaardigheid voor VLOK-CI nog een prioriteit?) Dove kinderen werden bovendien op geen enkel moment “doof” genoemd, maar “kinderen met een auditieve beperking”.

Het is onmogelijk om hier een heel verslag te doen van het symposium, maar ik wil er twee dingen uithalen die mij bijgebleven zijn: de oordopjes, en de lezing van Leo De Raeve.

’s Ochtends bij het binnenkomen kregen we naast een map ook twee oordopjes. Ik vond dat vreemd. “Misschien gaan ze iedereen vragen die de hele dag in te houden om beter te kunnen focussen op de VGT,” dacht ik nog, voor de grap. Mis. Bij aanvang van het symposium werd aan iedereen gevraagd om die oordopjes in te doen. Eén van de mensen van VLOK-CI begon op het podium het congres in te leiden. De tolk VGT mocht niks meer doen. Daar zaten we dan, ook de dove aanwezigen. Ik begrijp de idee, maar als ze denken hiermee de ervaring van een doof kind in het horend onderwijs voor te stellen, dan zitten ze er volgens mij toch ver naast. Bovendien: ik ben zo meer dan tien jaar naar school en unief geweest, en ik voelde me helemaal niet aangesproken. Maar het was nog niet gedaan.

Eén van de hoofdlezingen werd gegeven door Leo De Raeve. Het was mij niet duidelijk of hij sprak namens het KIDS of namens zijn zogezegd onafhankelijk informatiecentrum ONICI. De Raeve heeft immers in het verleden al bewezen niet altijd de meest objectieve conclusies te trekken, dus ik volg zijn lezingen met een kritisch oog. Dat is niet altijd makkelijk, omdat hij zijn publiek vaak overweldigt met cijfers en verwijzingen naar onderzoeken allerhande waar het CI meestal voordelig uitkomt. Als je geen enkele wetenschappelijke achtergrond hebt, dan neem je alles wat hij zegt makkelijk voor waar aan. Maar zijn discours vertoont vaak gaten, onvolledigheden en subjectieve conclusies. Een kleine selectie:

De Raeve verwees naar uitspraken van enkele “vooraanstaande dovenpedagogen” zoals Meyer & Leigh (2010):

For the first time in deaf education history, spoken language has become accessible as the first language for many, arguably the vast majority of profoundly deaf children.

Ik vraag mij af wat het dovenonderwijs dan al de voorgaande jaren, zelfs decennia, gedaan heeft. “Yeah, gesproken taal wordt eindelijk toegankelijk als de eerste taal van dove kinderen, nu kunnen we beginnen met ons werk!” De ganse periode sinds 1880 was voorbereiding ofzo? Generaties dove mensen zonder onderwijs die naam waardig? (Wie gelooft die mensen nog?)

De Raeve verwees verder naar de Nederlandse pedagoog Knoors, die vaststelt (verwijzend naar Marschark) dat er op dit moment onvoldoende bewijs is om daadwerkelijk uitspraken te doen over de effecten van bilinguaal onderwijs. “We hebben geen bewijs dat het werkt”, met andere woorden. Voorstel van De Raeve: dat we dan maar eens moeten gaan nadenken of er geen manier is om dove kinderen VGT als tweede of derde taal aan te bieden, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag naar de dovenschool gaan om wat VGT te leren. Als dat voorstel er zou komen, dan zou dat het enige moment zijn waarop dove kinderen nog in contact komen met VGT. Want volgens De Raeve hebben horende ouders geen tijd om VGT te leren. Dat diezelfde ouders helemaal geen kansen krijgen om VGT te leren, dat laat hij compleet buiten beschouwing. Ouders hebben in Vlaanderen immers geen recht op verlof om VGT te leren (zoals in sommige Scandinavische landen), er zijn hier geen cursussen VGT op maat van ouders en veel ouders zijn door de medische wereld sowieso al gebrainwasht en ongeïnformeerd over VGT.

Met betrekking tot GON-begeleiding zei hij dat we eigenlijk weinig weten over “onze dove populatie” dove en slechthorende kinderen in het gewoon onderwijs. Hij verwees naar het onderzoek van Smessaert over het zeer lage welbevinden van dove leerlingen in het horend onderwijs. “Dit geldt inderdaad”, zo zei hij, “voor de 12 dove jongeren die werden bevraagd: 1 CI, 7 hoorapparaten, 4 geen apparaten; 4 kinderen van dove ouders en allen geïntegreerd na de lagere school”. Wat hij eigenlijk bedoelde: tja er heeft er maar eentje een CI en er komen er dan nog 4 van dove ouders en ze zijn niet vroeg geïntegreerd dus ja, geen verrassing dat die zich slecht voelen op een horende school. “We kunnen geen uitspraken doen over hoe het met AL onze kinderen is”, volgens hem, en voor de volledigheid vermeldde hij nog even dat, na verspreiding van het onderzoek van Smessaert, verschillende ouders van dove kinderen naar hem mailden: “onze kinderen voelen zich wél goed op school!” Die mails vormen dan plots wel een representatief staal van de dove leerlingen? Het is waar dat het onderzoek van Smessaert geen uitspraken doet over alle dove leerlingen. Maar al wel zeker over die 12, en het zou onethisch zijn niets te doen en te wachten in de hoop dat CI het beter doet of tot gesproken taal toegankelijk wordt, zoals het dovenonderwijs gedaan heeft.

Tijdens de pauze was ik getuige van een horende moeder van een doof kind die toestapte op de raadgever van de minister van Onderwijs. Ze vertelde dat haar dochter in de lagere school depressief was geweest omdat ze niet doof mocht zijn, omdat ze elke schooldag moest proberen zich zoveel mogelijk aan te passen naar horende normen, en daardoor crashte. “Dan mag je daar al de tolken en GON-begeleiders opzetten die je wilt, dat zal niks helpen”, zei ze. En dat is zo.Tolken en GON-begeleiders zijn op een bepaalde manier ook bliksemafleiders voor het echte probleem: dat er in Vlaanderen geen enkele onderwijsvorm is (binnen het gewoon onderwijs) waar dove kinderen doof mogen zijn.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, view
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dus.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, buy viagra
of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, medicine
naar aanleiding van wtmaar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, visit this site
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

Dove kinderen VGT ontzeggen is hetzelfde als iemand de autosnelweg opsturen zonder pedalen en stuur. We weten allemaal hoe dat afloopt.
Gisteren was ik aanwezig op het “GON-symposium” van VLOK-CI in Leuven. Het is goed dat het thema GON-begeleiding op deze manier aandacht kreeg. Het aantal uren GON-begeleiding waarop een kind recht heeft afhankelijk maken van het dB-verlies is een belachelijke regel die terecht aangeklaagd wordt door Fevlado en VLOK-CI. Het is dan ook positief dat er vandaag aandacht aan werd besteed in de pers.

Ik heb echter wel een aantal bedenkingen bij de manier waarop het symposium georganiseerd werd, sale
en de inhoud ervan. Zo was het een gemiste kans dat er geen enkele lezing of getuigenis in VGT was. Ook werd er teveel gefocust op de technische aspecten van GON-begeleiding (uren, recipe
eenheden, diagnosis budgetten) en te weinig op de kwaliteit ervan, en op het feit dat bijvoorbeeld maar een kleine minderheid van de GON-begeleiders VGT kent. (Is die VGT-vaardigheid voor VLOK-CI nog een prioriteit?) Dove kinderen werden bovendien op geen enkel moment “doof” genoemd, maar “kinderen met een auditieve beperking”.

Het is onmogelijk om hier een heel verslag te doen van het symposium, maar ik wil er twee dingen uithalen die mij bijgebleven zijn: de oordopjes, en de lezing van Leo De Raeve.

’s Ochtends bij het binnenkomen kregen we naast een map ook twee oordopjes. Ik vond dat vreemd. “Misschien gaan ze iedereen vragen die de hele dag in te houden om beter te kunnen focussen op de VGT,” dacht ik nog, voor de grap. Mis. Bij aanvang van het symposium werd aan iedereen gevraagd om die oordopjes in te doen. Eén van de mensen van VLOK-CI begon op het podium het congres in te leiden. De tolk VGT mocht niks meer doen. Daar zaten we dan, ook de dove aanwezigen. Ik begrijp de idee, maar als ze denken hiermee de ervaring van een doof kind in het horend onderwijs voor te stellen, dan zitten ze er volgens mij toch ver naast. Bovendien: ik ben zo meer dan tien jaar naar school en unief geweest, en ik voelde me helemaal niet aangesproken. Maar het was nog niet gedaan.

Eén van de hoofdlezingen werd gegeven door Leo De Raeve. Het was mij niet duidelijk of hij sprak namens het KIDS of namens zijn zogezegd onafhankelijk informatiecentrum ONICI. De Raeve heeft immers in het verleden al bewezen niet altijd de meest objectieve conclusies te trekken, dus ik volg zijn lezingen met een kritisch oog. Dat is niet altijd makkelijk, omdat hij zijn publiek vaak overweldigt met cijfers en verwijzingen naar onderzoeken allerhande waar het CI meestal voordelig uitkomt. Als je geen enkele wetenschappelijke achtergrond hebt, dan neem je alles wat hij zegt makkelijk voor waar aan. Maar zijn discours vertoont vaak gaten, onvolledigheden en subjectieve conclusies. Een kleine selectie:

De Raeve verwees naar uitspraken van enkele “vooraanstaande dovenpedagogen” zoals Meyer & Leigh (2010):

For the first time in deaf education history, spoken language has become accessible as the first language for many, arguably the vast majority of profoundly deaf children.

Ik vraag mij af wat het dovenonderwijs dan al de voorgaande jaren, zelfs decennia, gedaan heeft. “Yeah, gesproken taal wordt eindelijk toegankelijk als de eerste taal van dove kinderen, nu kunnen we beginnen met ons werk!” De ganse periode sinds 1880 was voorbereiding ofzo? Generaties dove mensen zonder onderwijs die naam waardig? (Wie gelooft die mensen nog?)

De Raeve verwees verder naar de Nederlandse pedagoog Knoors, die vaststelt (verwijzend naar Marschark) dat er op dit moment onvoldoende bewijs is om daadwerkelijk uitspraken te doen over de effecten van bilinguaal onderwijs. “We hebben geen bewijs dat het werkt”, met andere woorden. Voorstel van De Raeve: dat we dan maar eens moeten gaan nadenken of er geen manier is om dove kinderen VGT als tweede of derde taal aan te bieden, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag naar de dovenschool gaan om wat VGT te leren. Als dat voorstel er zou komen, dan zou dat het enige moment zijn waarop dove kinderen nog in contact komen met VGT. Want volgens De Raeve hebben horende ouders geen tijd om VGT te leren. Dat diezelfde ouders helemaal geen kansen krijgen om VGT te leren, dat laat hij compleet buiten beschouwing. Ouders hebben in Vlaanderen immers geen recht op verlof om VGT te leren (zoals in sommige Scandinavische landen), er zijn hier geen cursussen VGT op maat van ouders en veel ouders zijn door de medische wereld sowieso al gebrainwasht en ongeïnformeerd over VGT.

Met betrekking tot GON-begeleiding zei hij dat we eigenlijk weinig weten over “onze dove populatie” dove en slechthorende kinderen in het gewoon onderwijs. Hij verwees naar het onderzoek van Smessaert over het zeer lage welbevinden van dove leerlingen in het horend onderwijs. “Dit geldt inderdaad”, zo zei hij, “voor de 12 dove jongeren die werden bevraagd: 1 CI, 7 hoorapparaten, 4 geen apparaten; 4 kinderen van dove ouders en allen geïntegreerd na de lagere school”. Wat hij eigenlijk bedoelde: tja er heeft er maar eentje een CI en er komen er dan nog 4 van dove ouders en ze zijn niet vroeg geïntegreerd dus ja, geen verrassing dat die zich slecht voelen op een horende school. “We kunnen geen uitspraken doen over hoe het met AL onze kinderen is”, volgens hem, en voor de volledigheid vermeldde hij nog even dat, na verspreiding van het onderzoek van Smessaert, verschillende ouders van dove kinderen naar hem mailden: “onze kinderen voelen zich wél goed op school!” Die mails vormen dan plots wel een representatief staal van de dove leerlingen? Het is waar dat het onderzoek van Smessaert geen uitspraken doet over alle dove leerlingen. Maar al wel zeker over die 12, en het zou onethisch zijn niets te doen en te wachten in de hoop dat CI het beter doet of tot gesproken taal toegankelijk wordt, zoals het dovenonderwijs gedaan heeft.

Tijdens de pauze was ik getuige van een horende moeder van een doof kind die toestapte op de raadgever van de minister van Onderwijs. Ze vertelde dat haar dochter in de lagere school depressief was geweest omdat ze niet doof mocht zijn, omdat ze elke schooldag moest proberen zich zoveel mogelijk aan te passen naar horende normen, en daardoor crashte. “Dan mag je daar al de tolken en GON-begeleiders opzetten die je wilt, dat zal niks helpen”, zei ze. En dat is zo.Tolken en GON-begeleiders zijn op een bepaalde manier ook bliksemafleiders voor het echte probleem: dat er in Vlaanderen geen enkele onderwijsvorm is (binnen het gewoon onderwijs) waar dove kinderen doof mogen zijn.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, view
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dus.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, buy viagra
of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, viagra buy
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dus.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, geriatrician
of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, viagra sale
en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en geschreven Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en geschreven Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, medicine
naar aanleiding van wtmaar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, visit this site
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dan maar.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.

Dove kinderen VGT ontzeggen is hetzelfde als iemand de autosnelweg opsturen zonder pedalen en stuur. We weten allemaal hoe dat afloopt.
Gisteren was ik aanwezig op het “GON-symposium” van VLOK-CI in Leuven. Het is goed dat het thema GON-begeleiding op deze manier aandacht kreeg. Het aantal uren GON-begeleiding waarop een kind recht heeft afhankelijk maken van het dB-verlies is een belachelijke regel die terecht aangeklaagd wordt door Fevlado en VLOK-CI. Het is dan ook positief dat er vandaag aandacht aan werd besteed in de pers.

Ik heb echter wel een aantal bedenkingen bij de manier waarop het symposium georganiseerd werd, sale
en de inhoud ervan. Zo was het een gemiste kans dat er geen enkele lezing of getuigenis in VGT was. Ook werd er teveel gefocust op de technische aspecten van GON-begeleiding (uren, recipe
eenheden, diagnosis budgetten) en te weinig op de kwaliteit ervan, en op het feit dat bijvoorbeeld maar een kleine minderheid van de GON-begeleiders VGT kent. (Is die VGT-vaardigheid voor VLOK-CI nog een prioriteit?) Dove kinderen werden bovendien op geen enkel moment “doof” genoemd, maar “kinderen met een auditieve beperking”.

Het is onmogelijk om hier een heel verslag te doen van het symposium, maar ik wil er twee dingen uithalen die mij bijgebleven zijn: de oordopjes, en de lezing van Leo De Raeve.

’s Ochtends bij het binnenkomen kregen we naast een map ook twee oordopjes. Ik vond dat vreemd. “Misschien gaan ze iedereen vragen die de hele dag in te houden om beter te kunnen focussen op de VGT,” dacht ik nog, voor de grap. Mis. Bij aanvang van het symposium werd aan iedereen gevraagd om die oordopjes in te doen. Eén van de mensen van VLOK-CI begon op het podium het congres in te leiden. De tolk VGT mocht niks meer doen. Daar zaten we dan, ook de dove aanwezigen. Ik begrijp de idee, maar als ze denken hiermee de ervaring van een doof kind in het horend onderwijs voor te stellen, dan zitten ze er volgens mij toch ver naast. Bovendien: ik ben zo meer dan tien jaar naar school en unief geweest, en ik voelde me helemaal niet aangesproken. Maar het was nog niet gedaan.

Eén van de hoofdlezingen werd gegeven door Leo De Raeve. Het was mij niet duidelijk of hij sprak namens het KIDS of namens zijn zogezegd onafhankelijk informatiecentrum ONICI. De Raeve heeft immers in het verleden al bewezen niet altijd de meest objectieve conclusies te trekken, dus ik volg zijn lezingen met een kritisch oog. Dat is niet altijd makkelijk, omdat hij zijn publiek vaak overweldigt met cijfers en verwijzingen naar onderzoeken allerhande waar het CI meestal voordelig uitkomt. Als je geen enkele wetenschappelijke achtergrond hebt, dan neem je alles wat hij zegt makkelijk voor waar aan. Maar zijn discours vertoont vaak gaten, onvolledigheden en subjectieve conclusies. Een kleine selectie:

De Raeve verwees naar uitspraken van enkele “vooraanstaande dovenpedagogen” zoals Meyer & Leigh (2010):

For the first time in deaf education history, spoken language has become accessible as the first language for many, arguably the vast majority of profoundly deaf children.

Ik vraag mij af wat het dovenonderwijs dan al de voorgaande jaren, zelfs decennia, gedaan heeft. “Yeah, gesproken taal wordt eindelijk toegankelijk als de eerste taal van dove kinderen, nu kunnen we beginnen met ons werk!” De ganse periode sinds 1880 was voorbereiding ofzo? Generaties dove mensen zonder onderwijs die naam waardig? (Wie gelooft die mensen nog?)

De Raeve verwees verder naar de Nederlandse pedagoog Knoors, die vaststelt (verwijzend naar Marschark) dat er op dit moment onvoldoende bewijs is om daadwerkelijk uitspraken te doen over de effecten van bilinguaal onderwijs. “We hebben geen bewijs dat het werkt”, met andere woorden. Voorstel van De Raeve: dat we dan maar eens moeten gaan nadenken of er geen manier is om dove kinderen VGT als tweede of derde taal aan te bieden, bijvoorbeeld op woensdagnamiddag naar de dovenschool gaan om wat VGT te leren. Als dat voorstel er zou komen, dan zou dat het enige moment zijn waarop dove kinderen nog in contact komen met VGT. Want volgens De Raeve hebben horende ouders geen tijd om VGT te leren. Dat diezelfde ouders helemaal geen kansen krijgen om VGT te leren, dat laat hij compleet buiten beschouwing. Ouders hebben in Vlaanderen immers geen recht op verlof om VGT te leren (zoals in sommige Scandinavische landen), er zijn hier geen cursussen VGT op maat van ouders en veel ouders zijn door de medische wereld sowieso al gebrainwasht en ongeïnformeerd over VGT.

Met betrekking tot GON-begeleiding zei hij dat we eigenlijk weinig weten over “onze dove populatie” dove en slechthorende kinderen in het gewoon onderwijs. Hij verwees naar het onderzoek van Smessaert over het zeer lage welbevinden van dove leerlingen in het horend onderwijs. “Dit geldt inderdaad”, zo zei hij, “voor de 12 dove jongeren die werden bevraagd: 1 CI, 7 hoorapparaten, 4 geen apparaten; 4 kinderen van dove ouders en allen geïntegreerd na de lagere school”. Wat hij eigenlijk bedoelde: tja er heeft er maar eentje een CI en er komen er dan nog 4 van dove ouders en ze zijn niet vroeg geïntegreerd dus ja, geen verrassing dat die zich slecht voelen op een horende school. “We kunnen geen uitspraken doen over hoe het met AL onze kinderen is”, volgens hem, en voor de volledigheid vermeldde hij nog even dat, na verspreiding van het onderzoek van Smessaert, verschillende ouders van dove kinderen naar hem mailden: “onze kinderen voelen zich wél goed op school!” Die mails vormen dan plots wel een representatief staal van de dove leerlingen? Het is waar dat het onderzoek van Smessaert geen uitspraken doet over alle dove leerlingen. Maar al wel zeker over die 12, en het zou onethisch zijn niets te doen en te wachten in de hoop dat CI het beter doet of tot gesproken taal toegankelijk wordt, zoals het dovenonderwijs gedaan heeft.

Tijdens de pauze was ik getuige van een horende moeder van een doof kind die toestapte op de raadgever van de minister van Onderwijs. Ze vertelde dat haar dochter in de lagere school depressief was geweest omdat ze niet doof mocht zijn, omdat ze elke schooldag moest proberen zich zoveel mogelijk aan te passen naar horende normen, en daardoor crashte. “Dan mag je daar al de tolken en GON-begeleiders opzetten die je wilt, dat zal niks helpen”, zei ze. En dat is zo.Tolken en GON-begeleiders zijn op een bepaalde manier ook bliksemafleiders voor het echte probleem: dat er in Vlaanderen geen enkele onderwijsvorm is (binnen het gewoon onderwijs) waar dove kinderen doof mogen zijn.

 
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, view
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dus.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, buy viagra
of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, viagra buy
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dus.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, geriatrician
of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, viagra sale
en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en geschreven Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en geschreven Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
*Deze opinie had ik eigenlijk in september geschreven voor de kranten, cystitis
maar ze werd niet opgenomen. Ik post ze hier dus.*

Op de vraag waar dove kinderen gebarentaal leren krijg je bijna altijd als antwoord: “op school zeker?” of “van hun ouders?”. Dat is een heel normaal antwoord, buy more about
of dat zou het toch moeten zijn. Want verbijsterend genoeg is de realiteit heel anders. In de eerste schoolmaand van 2011 dringen deze vragen zich opnieuw op: waarom krijgen de meeste dove kinderen (nog steeds) geen les in Vlaamse Gebarentaal (VGT)? En waar leren ze die taal dan wel?

90% tot 95% van de dove kinderen heeft horende ouders die op het moment dat hun baby geboren wordt in de meeste gevallen geen VGT kennen. Ziedaar al het enorme belang van een vroeg aanbod VGT voor ouders en kind, buy en zeker op school. Ironisch genoeg moeten dove kinderen in bijna alle gevallen les volgen in het gesproken Nederlands, dat voor hen niet of moeilijk toegankelijk is. De wereld op z’n kop, zegt u?

Er zijn alvast heel wat ouders van dove kinderen het met u eens. De enige school voor buitengewoon onderwijs waar dove kinderen les krijgen in VGT is in de rand van Brussel en is door de afstand voor veel ouders geen haalbare kaart. Bovendien is het niveau in deze scholen niet hetzelfde als dat van het gewoon basisonderwijs. Steeds meer ouders sturen hun kind dan ook naar een gewone basisschool. Maar ook daar wordt geen lesgegeven in VGT en dove kinderen zijn er vaak helemaal alleen. Ze moeten zwemmen of verzuipen. En veel dove kinderen verzuipen er.

Met uitzondering van die ene school is er in het Nederlandse taalgebied dus geen enkele basisschool toegankelijk voor dove kinderen. De Vlaamse overheid grijpt niet in en kiest ervoor om in plaats van het systeem, de kinderen aan te passen. Dit gebeurt door een machtig medisch discours dat dove kinderen “normaal” wil maken en dat zich nu ook gesteund ziet door technologische evoluties zoals het cochleair implantaat.

Het verbaast u misschien dat er weinig opstand komt tegen deze situatie. De invloed van de Dovengemeenschap is echter klein en fragmentarisch. Ze werd als minderheidsgroep meer dan 120 jaar lang onderdrukt door haar o.a. het recht op onderwijs in VGT te ontzeggen. Hierdoor daalde het opleidingsniveau en werden dove mensen kleingehouden. Daardoor kwam er niemand in opstand (of althans niet in het openbaar). Maar er zijn nog andere redenen voor het “succes” van dit normalisatiediscours. Horende ouders worden bij de geboorte van hun kind niet geïnformeerd worden over het belang van VGT, zelfs afgeraden om de taal te leren. Het advies van de medische professionals komt er meestal al voor zij goed en wel beseffen dat hun kindje doof is, en ze gaan er dan ook meestal zonder enig besef in mee. Dove ouders zijn mondiger geworden de laatste jaren maar toch zijn ook zij vaak nog – door de jarenlange onderdrukking en het algemene lage opleidingsniveau – makkelijk vatbaar voor deze medische beïnvloeding.

U als lezer bent niet op de hoogte van wat er gebeurt in het “dovenonderwijs” en u gaat er dus terecht vanuit dat als u dove kinderen ziet gebaren, ze dat wel op school geleerd zullen hebben. Maak u geen illusies: het is eerder “ondanks” dan “dankzij” de meeste dovenscholen en het overheidsbeleid dat dove kinderen nog VGT leren (maar helaas pas wanneer ze ouder zijn). Omdat die taal voor hen is als ademen. Levensnoodzakelijk. Het is de taal waarin ze zich het beste kunnen uitdrukken, en die voor hen 100% begrijpbaar is. Dat net die taal hen al van bij de geboorte én gedurende hun hele onderwijsloopbaan ontzegd wordt, is niet alleen fout. Het is misdadig.

Hoe kan de Vlaamse overheid VGT erkennen, wanneer ze op hetzelfde moment toestemt met of althans niet ingaat tegen de professionals die ouders van dove kinderen afraden om VGT te leren? Wanneer die ouders zich bijna verplicht voelen een CI te kiezen voor hun kind bij gebrek aan volwaardige onderwijsalternatieven?

Ook de Dovengemeenschap moet in eigen boezem kijken: het advies dat een CI ok is “als het maar samengaat met gebarentaal” was strategisch geen verstandige zet. Ten eerste weten we al lang dat dit advies door 95% van de medische professionals aan hun laars gelapt wordt. VGT wordt pas als “oplossing” voorgesteld wanneer men inziet dat het CI niet zo goed werkt als men gewenst had. Ten tweede is het absurd om een chirurgische ingreep en een taal met elkaar te gaan vergelijken. Het CI is een optie voor een kind. Zoals je een optie kan kiezen bij een bepaald automodel en daardoor de rijervaring makkelijker of veiliger maakt. Een autostuur wordt niet aangeboden als optie, net zomin als VGT een optie is of mag zijn. VGT is een geboorterecht. Voor elk doof kind, ook die kinderen met CI. En het is aan de Vlaamse overheid om structuren op te zetten die dove kinderen dit geboorterecht garanderen.

De conceptnota talenbeleid van minister van Onderwijs Pascal Smet die deze zomer door de Vlaamse Regering goedgekeurd wordt, is een begin. De nota erkent dat tweetalig onderwijs een belangrijke meerwaarde kan betekenen in de academische en socio-emotionele ontwikkeling van dove kinderen, en dat er prioritair werk gemaakt moet worden van taalverwerving (eerst VGT en daar bovenop Nederlands), vooral binnen specifiek “dovenonderwijs”. Een taalbad dus; niet zwemmen of verzuipen. Het zou logisch zijn moest dit uitgewerkt kunnen worden binnen het gewoon onderwijs. Als een VGT-talige basisschool met het accent op een brede algemene vorming en totale persoonlijkheidsontwikkeling, vertrekkend vanuit visualiteit én tweetaligheid (VGT en Nederlands). Uiteraard moet ook het gesproken Nederlands als optie aangeboden worden wanneer ouders dat wensen en het haalbaar is voor het kind. Maar dit mag niet ten koste gaan van de verwerving van VGT en Nederlands, en evenmin ten koste van de algemene kennis – zoals helaas nog steeds het geval is.
Jaren geleden toen ik nog orthopedagogiek studeerde, rheumatologist deed ik twee weken stage in een dovenschool met een “orale” (oh wat haat ik dat woord) visie. Het was één van de scholen waar VGT nergens gebruikt mocht worden, sickness alleen in het uurtje Dovencultuur per week, gegeven door de dove leerkracht. Ik observeerde toen dagelijks in de klassen en kwam elke avond wenend thuis, zo erg hakte dat op mij in. Het is daar, in die school, dat mijn activisme is begonnen. Omdat wat ik zag en meemaakte, zo erg was.

Nu, zoveel jaren later, lees ik voor mijn onderzoek nog altijd over schrijnende situaties binnen het dovenonderwijs. Ik moest terugdenken aan die tijd, en vond een verslag terug van een discussie die ik had met mijn stagebegeleidster. Omdat er zo’n taboe rust op alles wat er binnen de muren van dovenscholen gebeurt en omdat dat maar eens gedaan moet zijn, post ik ze hier (in verkorte vorm):

“De leerkrachten voelen zich bekeken en bedreigd dat jij komt observeren voor communicatie. Je komt niet open over. Ze vinden het raar dat jij je stem niet gebruikt. Als orthopedagoge wordt er van je verwacht dat je open bent. Ik weet dat het een gevoelig onderwerp is, maar je kan toch een beetje inspanning doen voor de leerkrachten, en je stem gebruiken?”

Ik vertel haar dat hoewel ik niet akkoord ben met het onderwijssysteem, toch probeer zo objectief mogelijk te observeren. Dat ik niet begrijp waarom leerkrachten zich bedreigd voelen, want al wat ik doe in hun klas is schrijven en zwijgen.

“Ja maar ze vinden dat je niet open bent. En als stagiaire wordt er van jou verwacht dat je je aanpast.”

Ik probeer haar duidelijk te maken dat als ik in de leraarskamer babbel met een leerkracht in VGT, het na 5 minuten voor hen al te veel moeite is. Ze brengen hun oor zo dicht mogelijk bij mijn mond om elk gefluister op te vangen, of wijzen gewoon naar hun oor met een vragende uitdrukking op hun gezicht. Ik word bijna afgesnauwd door een logopediste (terwijl er een leerling bij is): “hebt gij geen stem ofzo?” Wie is hier niet open?

“Ja, ik begrijp je standpunt als Doof persoon, maar als stagiaire begrijp ik je niet. Een stagiaire moet altijd aanpassen.”

“Je hebt hier toevallig te maken met een dove stagiaire. Je kan de twee niet los van elkaar zien.”

“Ja, maar als je later echt werkt als orthopedagoge, dan is dat anders.”

“Ja? En wat moet ik dan doen? Kan ik dan wél zelf kiezen of ik stem geef of niet? Dat jullie twee talen door elkaar mengen, goed, maar ik niet.”

“Ja, dat is waar, maar euhm…”

“Veel leerlingen hebben hier een CI. Prima voor de leerkrachten, dan moeten zij niet teveel inspanning doen. Maar kunnen jullie dan ook respect opbrengen voor doven die een andere mening hebben? En op een dovenschool mag je toch verwachten dat je je verstaanbaar kan maken in VGT?”

“Ja, ik voel toch dat dit een probleem is voor de leerkrachten. Ze zijn het mij niet expliciet komen zeggen, maar ik voel het duidelijk aan. Er is een afstand gecreëerd tussen jou en de leerkrachten. Misschien moet je, om hun vertrouwen te winnen, na hun les eens een losse babbel met hen doen.”

Ik zeg haar opnieuw hoe de “losse babbels” met de leerkrachten meestal aflopen.

“Dat begrijp ik ja. Maar ik zou je toch willen vragen om eens na te denken, en misschien volgende week je stem te gebruiken. Anders gaat het hier een moeilijke stage worden voor jou.”

Ze hebben mij nadien ook nog gezegd dat ik, als ik mij zo bleef “opstellen”, op geen enkele dovenschool als orthopedagoge zou kunnen werken “alleen in Kasterlinden”. Sommige leerkrachten vroegen me zelfs: “Héb jij wel een stem? Dat moet toch wel zeker als je op de universiteit orthopedagogiek studeert.” (!)

Ik heb later nooit als orthopedagoge gewerkt. Niet omdat ik dat niet zou kunnen of niet zou mogen, maar omdat ik het zelf niet wilde. Het ligt me niet en als ik zou moeten werken in een systeem zoals dat van de meeste dovenscholen, ik zou het geen maand volhouden (twee weken kregen mij al bijna kapot). Ik heb heel veel respect voor de dove leerkrachten, opvoeders en klasassistenten die wel volhouden omdat het voor de kinderen zo belangrijk is. Zij doen ongelooflijk werk en krijgen daar weinig erkenning voor. Ik heb evenveel respect voor de dove leerkrachten die het probeerden, maar het niet uithielden en beseften dat ze hun tijd beter  konden gebruiken.

Ik ben sindsdien in die school nooit meer teruggeweest. Laat ons hopen dat de situatie verbeterd is. Al is dat volgens mij ijdele hoop.

4 thoughts on “Aanpassen of oprotten

  1. hallo,

    Ik las je verhaal via een link op facebook. Je verhaal heeft me erg geraakt. Ik heb zelf vrij weinig te maken met doven maar wil daar nu graag verandering in brengen omwille an mijn beroep en her onderzoek dat ik uitvoer. Ik werk namelijk als boventitelaar en wil graag ook boventiteling voor doven en slechthorenden aanbieden. Ik begrijp dat de meeste doven liever een gebrarentolk hebben en heb daar absosuut geen probleem mee. Ik denk gewoon: hoe meer hoe beter 🙂 Bovendien is dat zeker een goed idee voor slechthorenden.
    We werken nu samen met het Toneelhuis in Antwerpen, maar het probleem is dat we het erg moeilijk hebben om de dove gemeenschap te bereiken. Heb jij misschien tips over wie we kunnen contacteren? Het zou gewoon spijtig zijn als het Toneelhuis de samenwerking stopzet omdat er gewoon geen mensen komen opdagen voor de boventiteling. Spijtig genoeg is dat al gebeurd en daarom dacht ik dat jij misschien tips had.

    Groetjes,

    An Vervecken

  2. Hallo Maartje,

    Ik ben heel erg geschrokken van je verhaal. Wat een ontzettend nare ervaring lijkt me dat. Ik kan me bijna niet voorstellen dat je je als dove zó buitengesloten kan voelen IN het dovenonderwijs.
    Ik (Nederlandse en horend) heb zelf mijn afstudeerstage orthopedagogiek in het dovenonderwijs in Nederland gedaan, en ik wil je graag meegeven dat de situatie daar totaal anders is. Ik ben aangenomen voor de stage omdat ik de NGT beheers, en mijn voorgangster moest cursussen NGT gaan doen náást haar stage-uren, om te kunnen communiceren met de (vele) dove leerkrachten, klassenassistenten en uiteraard de kinderen. Interviews die ik met de leerkrachten hield deed ik volledig in NGT, ook als er een horende klassenassistente bij betrokken was. Wanneer er binnen onze school iemand op deze manier zou worden gevraagd haar stem te gebruiken en daarmee haar identiteit te ontkennen (dat is mijn visie), zou dat zéér ongepast zijn, en zou diegene daar zeker op worden aangesproken door een teamleider.

    Ik hoop dat dit beeld je wat vrolijker stemt. Met vriendelijke groet.

  3. Opvallend dat enkele mensen in dovenscholen in de illusie leven met dove kinderen te kunnen omgaan, maar duidelijk niet kunnen omgaan met dove volwassenen, tenzij ze verregaande aanpassingen doen. En dat laatste verklaart waarom zo weinig dove professionals er langdurig kunnen blijven werken. Zonde, want beide partijen zouden zoveel voor elkaar kunnen betekenen.

  4. @An Vervecken: Ik las je reactie. Ikzelf ben dove gids VGT in musea. Ik heb al verschillende ‘toegankelijke’ culturele evenementen gevolgd. Het is niet altijd evident voor dove mensen om een voorstelling te volgen, die vooral bestemd is voor horenden. Muziek, poëzie, opera, cabaret, theater en literatuur zijn eigenlijk gebaseerd op geluiden, woorden en (muzikale) klanken. En doven zijn visuele mensen. Gebarentaal is hun taal. Dan is het logisch dat ze het liefst cultuur volgen in hun eigen taal. Je moet eens gaan kijken naar “de intrige”, het theaterstuk van Hand in ‘t Oog, dat volgende woensdag 26 oktober in het Zuiderpershuis doorgaat. Een sterk visuele voorstelling met gebarentaal, theater, dans en zelfs muziek.

    In januari hebben we nog in de Bourla het theaterstuk van Alain Platel, “Gardenia” gevolgd. Er waren twee tolken VGT aanwezig, omdat verschillende doven, waaronder de dove regisseur van ‘ de intrige’ de voorstelling mee wilden volgen. Het theaterstuk zelf was al erg visueel. Door de vertaling in VGT konden we mee genieten en ons veel meer inleven van wat er op het podium afspeelde. De klanken werden dan vertaald in levendige driedimensionale uitdrukkingen. Met de boventitels heb je dat effect niet.

    Ik heb al eens met een paar vrienden een opera in Gent gevolgd. Madame Butterfly. Er waren boventitels in (irriterend) fluorescerend groen voorzien. Het werd voor ons een langdradige, monotone voorstelling. Omdat er visueel weinig te zien viel. We werden niet meegezogen in het verhaal. We konden de muziek niet waarnemen, noch de trillingen, noch het orkest, dat verborgen onder het podium stond.

    Theaterstukken met lange mono/dialogen zijn waarschijnlijk ook niet echt aantrekkelijk voor het dove publiek. Dan moeten ze constant naar boven kijken om de teksten te lezen. Dan kunnen ze even goed een boek lezen zoals Sprakeloos van Tom Lanoye ( dat eveneens op het podium wordt uitgebracht). Of een film met ondertitels.

    Boventitels zijn wel nuttig voor slechthorenden en mensen die op een latere leeftijd gehoorproblemen hebben. Deze groep is toch wel veel groter dan doven die VGT als moedertaal hebben. Misschien zijn ze niet zo zichtbaar als gebarentaligen en meent het Toneelhuis dat die mensen ook niet naar de voorstellingen komen?

    Soms is het ook wel nuttig om een dansvoorstelling waarin andere talen worden gesproken, even mee te kunnen volgen met Nederlandse boventitels. Zoals dat het geval was in de Singel, bij een dansvoorstelling van Sidi Larbi Cherkaoui.

    Ik heb al eens jaren geleden een prachtig optreden van Marcel Marceau, een van de grootste mimekunstenaars, in De Bourla bijgewoond. Een uiterst visuele, woordloze voorstelling waarbij ik van bij het begin tot het einde had genoten.

    Wannes van de Velde was een andere koek. Door de vertaling in VGT ging het melodieuze, de klankenrijkdom van Wannes’ poëzie verloren. Ik heb dan maar een cd-rom gekocht met teksten. De muziek gaf ik door aan mijn (horende) vriend.

    Ikzelf probeer ook doven naar musea te lokken. Ook niet evident, aangezien de meesten nog nooit een stap in een museum hebben gezet of als kind nog nooit in contact zijn gekomen met cultuur. Onbekend is onbemind. Daarom probeer ik dan ook via filmpjes in VGT reclame te maken. Berichten op FB te plaatsen. Vrienden vragen of ze de flyers door willen sturen.

    Het is een mooi initiatief van het Toneelhuis om hun evenementen ‘toegankelijk’ te maken voor iedereen. Ik geloof dat ze pas ervan bewust werden toen ik mijn ongenoegen liet horen nadat een tolk VGT in De Bourla werd geweigerd. Ik wilde toen een literaire avond samen met vriendinnen volgen en enkele favoriete schrijvers live bezig zien (Bart Moeyaert, Bernard Dewulf, Rodaan Al Galidi, Anne Provoost). De anderstalige auteurs werden wel vertaald in Nederlandse teksten op het grote scherm. Het kon bij mij niet in dat VGT van het podium werd geweerd.

    Als het Toneelhuis de Dovengemeenschap wil bereiken, lijkt het me best zelf doven in te schakelen. Hen vragen wat hen wel interesseert. Wat ze wel graag willen zien of volgen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s