Onderzoek vitaliteit en Vlaamse Gebarentaal

Nieuwe onderzoeksfocus: van framework naar mensen

Meer en meer mensen vragen me de laatste tijd waarover mijn onderzoek nu precies gaat en waarmee ik nu precies bezig ben. Ik realiseerde me daardoor ook dat, hoewel ik hier in Vlaanderen onderzoek doe, er online eigenlijk nergens info over te vinden is, ook niet in Vlaamse Gebarentaal. Deze blog lijkt me dan ook een goede plek om die info te geven.

Misschien herinner je je nog dat ik in februari 2017 een lezing gaf aan de KU Leuven campus Antwerpen over mijn onderzoek, waarmee ik toen net gestart was. De idee toen was om een nieuw framework te ontwikkelen om ‘vitaliteit’ te testen, waarbij vitaliteit verwijst naar de ‘gezondheid’, ‘sterkte’, ‘levensvatbaarheid’, duurzaamheid, toekomst en status van een taal en de mensen die die taal gebruiken. De laatste maanden is dat idee om allerlei redenen veranderd. Mijn focus is nog steeds vitaliteit, maar niet meer het framework. Ik wil kijken hoe vitaliteit gelinkt is aan hoe mensen verschillende talen gebruiken. Het is immers zo dat tegenwoordig, de profielen en achtergronden van mensen die gebarentaal gebruiken heel erg divers zijn, en hoe ze in hun dagelijks leven verschillende talen gebruiken, niet alleen gebarentaal/gebarentalen. Mensen gebaren, schrijven, spreken; gebruiken talen op verschillende manieren. Ik ben benieuwd naar hoe dat vitaliteit beïnvloedt. Dat is dus de focus van mijn huidige onderzoek.

Vitaliteit: kennis, kansen en motivatie

In het onderzoek naar vitaliteit zijn 3 concepten erg belangrijk: kennis (capaciteit), kansen en motivatie.

  1. Kennis is logisch. Mensen moeten een taal kennen om ze te kunnen gebruiken. Wie een bepaalde taal niet kent of twijfels heeft over zijn/haar kennis, zal die taal niet of minder gebruiken. Dat is niet positief voor vitaliteit.
  2. Mensen moeten kansen hebben om een taal te gebruiken. Kansen kunnen gelinkt zijn aan het bestaan van andere mensen die die taal ook gebruiken. Kansen kunnen ook verbonden zijn aan een plaats waar mensen naartoe kunnen gaan en die taal gebruiken. Kansen kunnen ook te maken hebben met mogelijkheden om een taal te leren of verwerven. Kansen kunnen ook betekenen het bestaan van materiaal om bvb. een taal te lezen, luisteren, zien, … Kansen zijn erg breed te interpreteren.
  3. Van de drie concepten is motivatie wellicht de belangrijkste. Mensen moeten gemotiveerd zijn om een taal te gebruiken, moeten dat zelf willen, moeten ‘goesting’ hebben. Als mensen zich ‘s morgens afvragen wat het nut is van het gebruik van een bepaalde taal, zich afvragen waarom ze die überhaupt gebruiken, geen interesse hebben om ze te gebruiken … De drie concepten zijn natuurlijk gelinkt. Geen kansen en geen kennis betekent ook geen motivatie. Maar het kan gebeuren dat mensen een bepaalde taal kennen en kansen hebben om ze te gebruiken maar toch het nut er niet van inzien. De motivatie, de wil om een taal te gebruiken is dus cruciaal. Tegelijkertijd is motivatie van de drie het moeilijkst om te ‘meten’.

Ik wil dus meer weten over hoe die drie concepten gelinkt zijn aan vitaliteit, specifiek voor de situatie van gebarentaal.

Wie?

Gebarentaalonderzoek focust voornamelijk (maar zeker niet altijd) op de groep van dove mensen die op een ‘normale’, ‘traditionele’ manier gebarentaal heeft verworven, bijvoorbeeld wie naar een dovenschool ging en van dove peers gebarentaal leerde, of wie dove ouders heeft en thuis gebarentaal gebruikte. Maar de tijden zijn erg veranderd. In Vlaanderen gaat nog maar een minderheid van de dove kinderen naar een dovenschool en de meerderheid naar een ‘horende’ school; minder doven gaan naar een dovenclub in vergelijking met vroeger; steeds meer dove kinderen hebben twee CI’s die beïnvloeden hoe zij talen gebruiken en verwerven. Het gebruik van nieuwe media en sociale media is sterk toegenomen: Twitter, Facebook, WhatsApp, .. Er is ook een steeds groter wordende groep van horende mensen die op één of andere manier gebarentaal kent/gebruikt.

Ik wil voor mijn onderzoek de doelgroep dus wat opentrekken. Ik wil dus zowel kijken naar dove mensen die op een eerder ‘traditionele’ manier gebarentaal leerden, als naar dove mensen die dat op een andere manier deden. Er zijn bijvoorbeeld dove mensen die steeds naar een horende school gingen en pas daarna gebarentaal leerden, bijvoorbeeld op het moment dat ze naar de universiteit gaan, of wanneer ze naar een dovenclub beginnen gaan. Er zijn ook dove mensen die als kind enkele jaren naar een dovenschool gingen en daar gebaarden, maar daarna naar het horend onderwijs gingen en die jaren niet meer gebaarden tot ze op een zeker moment terug gaan gebaren. Of dove mensen die om één of andere reden pas later gebarentaal leren, als ze al 25 of 30 zijn. Er zijn ook dove mensen die thuis gebaarden met hun horende ouders, maar op een andere manier dan dove mensen dat deden met dove ouders, of op een dovenschool.

De horende mensen in mijn onderzoek zijn bijvoorbeeld horende ouders van dove kinderen, partners van dove mensen (er zijn enkele koppels in mijn onderzoek, doof-doof en doof-horend), ook horende mensen die om één of andere reden geïnteresseerd zijn om gebarentaal te leren (belang van motivatie), zonder dat ze daarom contact hebben met doven of tolk willen worden. Eén groep horende mensen die ik niet opneem in mijn onderzoek, zijn tolken gebarentaal. Omdat dit echt een specifieke groep is met een unieke relatie tot de taal. Daarvoor is denk ik een apart onderzoek nodig. Ik ben meer geïnteresseerd in dove mensen zelf en horende mensen die om tal van redenen gebaren.

Methode

Mijn methode is een combinatie van verschillende methodes: interviews, taaldagboeken, taalportret en observatie.

  • Interviews: ik doe met iedereen interviews waarin ik een aantal vragen stel en we een gesprek hebben. Sommige van die interviews zijn in Vlaamse Gebarentaal, voor andere interviews kiezen mensen (doof of horend) er soms voor om Nederlands te spreken en dan gebeurt het gesprek met een tolk. Soms doe ik ter aanvulling ook nog een interview via e-mail.
  • Taaldagboeken: mensen houden één week een taaldagboek bij, waarin ze elke dag bijhouden, van het moment dat ze opstaan tot ze gaan slapen, welke taal of talen, combinatievormen van talen of communicatiemanieren ze gebruikten, met wie (leeftijd, doof of horend), waar, om wat te doen of te praten over wat, en hoe lang dat duurde. Ik vraag mensen ook om passief taalgebruik op te schrijven, bijvoorbeeld de krant lezen, op Facebook kijken, .. Na een week bezorgen mensen dat dagboek aan mij, ik bekijk dat en dan spreken we af voor een tweede interview waarin we het dagboek overlopen en dieper bespreken.
  • Taalportret: tijdens het tweede interview vraag ik mensen ook om een ‘taalportret’ te maken. Mensen krijgen een tekening van een blanco figuur en krijgen tijd om die in te kleuren volgens de talen in hun leven. Mensen kunnen bijvoorbeeld het hart rood kleuren voor Vlaamse Gebarentaal en het hoofd blauw voor Nederlands, om maar iets te zeggen; ze kunnen zich creatief uitleven. Daarna vraag ik hen om te vertellen waarom ze welke kleuren gebruikten voor welke plaatsen op lichaam, en stel ik nog een aantal bijkomende vragen.
  • Observatie: op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld Gebarenkringen, gebarencursussen, …

Op dit moment doen 15 mensen mee aan mijn onderzoek (doof en horend met verschillende profielen en achtergronden), misschien worden het er nog 20. Ik heb maar een jaar dus 100 of 200 mensen opnemen, hoe interessant ook, is helaas onmogelijk.

Meer weten?

Als je dus binnenkort iemand tegen komt die druk bezig is met het invullen van een taaldagboek, dan weet je vanaf nu waarover het gaat. Wie meer wil weten over mijn onderzoek kan mij altijd contacteren, en ik zal ook proberen op deze blog geregeld updates te geven over de vooruitgang mijn onderzoek. Wanneer het afgerond is, binnen een jaar ongeveer, zal ik zeker ook nog een lezing of workshop organiseren waar iedereen meer te weten kan komen over mijn bevindingen. Alvast bedankt voor je interesse!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s